Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »
The world’s leading piercing studio

Niet elk bultje bij een piercing is een infectie

7 September 2026
Niet elk bultje bij een piercing is een infectie
Piercings Works  Ira Lutvica
Piercings Works Ira Lutvica
Expert
Ze kwam binnen en wees meteen naar haar oor

“Hij is ontstoken.”

Dat zei ze heel zeker.

Rood bultje.
Een beetje vocht.
Gevoelig.

Dus voor haar was de conclusie simpel:

infectie.

Maar bij piercings is wat je ziet niet altijd wat je denkt dat je ziet.

En precies daar begint het werk van een ervaren piercer.

Niet bij snel zeggen wat het is.

Maar bij goed kijken.

Een piercing vertelt een verhaal

We kijken naar het sieraad.

Is het te kort?

Zit er druk op?

Slaapt iemand erop?

Is het materiaal geschikt?

Wordt er te vaak schoongemaakt?

Is er parfum, zeep, make-up of een agressief product gebruikt?

Is er ergens aan getrokken?

Want een geïrriteerde piercing kan er behoorlijk boos uitzien zonder dat er meteen sprake is van een infectie.

In onze interne studio-gids maken we daarom bewust onderscheid tussen onder andere irritatie, allergie, embedding, hypergranulatie, hypertrofisch littekenweefsel, blowout en pyogenic granuloma.

Ze kunnen voor een klant soms allemaal simpelweg voelen als:

“Er zit iets raars bij mijn piercing.”

Maar ze vragen niet allemaal om dezelfde oplossing.

Soms is het probleem gewoon te weinig ruimte

Een piercing die in de eerste fase opzwelt heeft ruimte nodig.

Als het sieraad te kort is, kan het uiteinde langzaam in het weefsel verdwijnen.

Eerst denk je misschien:

“Het balletje zit een beetje diep.”

Een paar uur later zie je het nauwelijks nog.

Dat noemen we embedding.

In een vroege fase kan een piercer soms nog helpen door de lengte en stijl van het sieraad aan te passen.

Maar wanneer het sieraad volledig door huid is overgroeid, hoort dat niet meer thuis bij een doe-het-zelfoplossing of bij “even wachten”.

Dan kan medische hulp nodig zijn.

En dat rode ‘vleesachtige’ bultje?

Ook daar zijn verschillen.

Hypergranulatieweefsel kan rood, vochtig en rauw ogen en uit de piercingopening lijken te komen. Langdurige druk, vocht en mechanische irritatie kunnen daarin een rol spelen.

Maar een felrode uitgroei die snel groeit en opvallend gemakkelijk of hevig bloedt, kan iets anders zijn, zoals een pyogenic granuloma.

Dat is precies zo’n moment waarop wij niet stoer gaan doen alsof een piercingstudio een ziekenhuis is.

Bij verdenking daarop hoort een arts of dermatoloog mee te kijken.

“Ik ben allergisch voor mijn piercing”

Ook die zin horen we regelmatig.

En soms klopt dat.

Maar soms is er sprake van irritatie in plaats van een echte metaalallergie.

Een allergische reactie jeukt vaak, kan zich verder rond de piercing uitbreiden en kan gepaard gaan met roodheid, schilfering of kleine blaasjes. Nikkel is daarbij een bekende oorzaak van contactallergie.

Daarom vinden wij materiaal zo belangrijk.

Niet alleen hoe mooi een piercing eruitziet in de vitrine.

Maar wat er daadwerkelijk langdurig in of tegen je lichaam zit.

Te veel schoonmaken kan óók een probleem worden

Dit verrast veel mensen.

Een piercing schoonmaken klinkt logisch.

Dus meer schoonmaken moet beter zijn.

Toch?

Niet altijd.

Agressieve reinigingsmiddelen of te vaak reinigen kunnen de huidbarrière juist irriteren en uitdrogen. Kleine scheurtjes, branderigheid, roodheid en schilfering kunnen dan ontstaan.

Daarom is nazorg geen wedstrijd in hoeveel producten je kunt gebruiken.

Soms heeft een piercing vooral nodig dat je hem minder lastigvalt.

En nee, dat blauwe plekje van zilver is niet altijd een blauwe plek

Een van de minder bekende complicaties is lokale argyria.

Dat kan ontstaan wanneer zilver in contact komt met een genezende piercing en zilverdeeltjes zich in de huid afzetten.

Het resultaat kan een blauwgrijze of grijszwarte verkleuring zijn.

En die verkleuring kan langdurig of zelfs blijvend zijn.

Daarom is sterlingzilver niet bedoeld als startsieraad voor een verse piercing.

Mooi materiaal voor bepaalde sieraden?

Zeker.

Maar mooi en geschikt voor een verse piercing zijn niet automatisch hetzelfde.

Het moeilijkste is soms weten wanneer je moet stoppen

Na jaren in een piercingstudio leer je enorm veel.

Je herkent patronen.

Je ziet sneller wanneer een staafje te kort is.

Wanneer een bultje waarschijnlijk door druk komt.

Wanneer iemand mogelijk op een materiaal reageert.

Maar ervaring betekent óók weten waar jouw vak stopt.

Piercers zijn geen artsen.

Bij koorts, rode strepen, ernstige zwelling, dik groenachtig secreet, ongecontroleerde bloeding, diepe embedding of verdachte weefselgroei is medische beoordeling belangrijk.

En daar zit voor ons een groot verschil tussen “een piercing kunnen zetten” en professioneel piercen.

Het eerste gaat over een naald.

Het tweede gaat over weten wat je vóór, tijdens én lang na die naald moet doen.

Heb je een probleem met je piercing?

Kom gerust langs.

Ook als de piercing niet bij ons is gezet.

We kijken naar wat we als piercingstudio kunnen beoordelen: materiaal, maat, druk, irritatie, plaatsing en nazorg.

En als we vinden dat een arts ernaar moet kijken, dan zullen we dat ook gewoon zeggen.

Want soms is de beste hulp die je kunt geven niet:

“Wij lossen het wel op.”

Maar:

“Dit moet iemand anders bekijken.”

En ook dát is vakkennis.

Twijfel je over je piercing?
Kom langs bij Piercings Works Amsterdam voor een professionele controle.